Nederlandse Onderzoekschool voor Theologie en Religiewetenschap
Netherlands School for Advanced Studies in Theology and Religion

Get New Password

Go back to login
Home / Archive NOSTER Course reviews

Archive NOSTER Course reviews

Verslag NOSTER Course ‘Key Concepts in Theology and Religious Studies’
5 en 6 november, Utrecht
Verslag NOSTER Course Key Concepts in Theology and Religious Studies

Verslag masterclass met prof. Charles H. Parker
13 november 2015
Verslag van de NOSTER masterclass met Prof. Charles H. Parker te Utrecht

Verslag master class met prof. Karen Kilby (Durham University), georganiseerd vanuit het PhD seminar Dogmatics, Ethics and Philosophy of Religion
24 en 24 maart 2015
Verslag masterclass prof. Karen Kilby, 23 en 24 maart 2015

Verslag NOSTER PhD seminar
Empirical Research in Religion
Januari 2015
Verslag NOSTER PhD seminar Empirical Research in Religion

Verslag NOSTER PhD seminar
Multidisciplinary Seminars in Religion, Theology and Gender
Januari 2015
Verslag NOSTER Multidisciplinary PhD seminar in Religion, Theology and Gender

Verslag masterclass with prof. Kirsteen Kim (Leeds Trinity University), georganiseerd vanuit het PhD seminar
Dogmatics, Ethics and Philosophy of Religion
15 en 16 januari 2014
In januari heeft het NOSTER PhD seminar ‘Dogmatics, Ethics and Philosophy of Religion’ zijn jaarlijkse masterclass met een externe gastspreker georganiseerd. Gedurende twee dagen hebben alle aanwezige deelnemers (een deel van) hun onderzoek gepresenteerd, waarna prof. Kirsteen Kim een eerste reactie gaf, gevolgd door een plenaire discussie. Tussendoor gaf prof. Kim een lezing over ‘Theology and Global Conversation’, hadden we een Q&A-Session over haar opmerkelijke tocht door de wereld van de academische theologie met als belangrijke les dat er geen standaardroute naar een academische carrière is en was er voldoende tijd voor ontmoeting en discussie.

Een belangrijke bijdrage van prof. Kim was de expertise die ze meebracht met betrekking tot het ‘wereldchristendom’ met alle verscheidenheid en diversiteit van dien. Dit plaatste verschillende onderzoeksvoorstellen in een breder perspectief en daagde ons uit om verder te kijken dan onze eigen (westerse) theologische tradities. Het meest verrassend en controversieel was wellicht haar (gematigd) positief spreken over vormen van het ‘prosperity gospel’.

Al met al hebben we met elkaar twee geslaagde en gezellige masterclass-dagen gehad.

Kees van der Knijff (PThU)

 

Verslag masterclass met prof. Robert Schreiter (Vatican Council II Professor of Theology at the Catholic Theological Union,Chicago, USA)
11 december 2013

‘It are the deeper currencies in society with which we need to connect’
De toekomst van de theologie volgens Robert Schreiter

In december vorig jaar vond de in de vorige nieuwsbrief aangekondigde masterclass met Robert Schreiter plaats. Schreiter, klein van stuk, een vriendelijk rond gezicht met baard en een stevige handdruk, was aan mij tot dan toe bekend van de groene paperback van zijn hand die ik ooit in mijn bachelor doorwerkte: ‘The new catholicity’. Het boek maakte destijds grote indruk en ik was dan ook verheugd toen ik werd uitgenodigd aan te schuiven bij deze masterclass. Met een kleine, bevlogen groep kwamen we samen in de Sweelinckzaal van de universiteit van Utrecht. We werden verwelkomt met koffie – bij nader inzien toch vers gezet – en trapten de morgen af met een interview door Stephan van Erp.
Robert Schreiter verhaalde dat hij ooit naar Nijmegen gekomen was om onderwijs te genieten bij Edward Schillebeeckx. Wat Schreiter in Schillebeeckx aansprak was dat hij in de theologie een verbinding met context en cultuur zocht. Het was volgens hem ook deze betrekking die de missiologie de afgelopen decennia heeft veranderd en aangespoord tot ontwikkeling. Desgevraagd nam Schreiter door de tijd heen een verschuiving waar van theologisch onderzoek buiten de westerse context, naar onderzoek specifiek gericht op die westerse context. De westerse cultuur is er een onder velen geworden. De vraag waar we op dit moment voor staan is hoe we theologie vorm kunnen geven in de huidige globalculture waarin ‘the social’ samensmelt met ‘the contextual’. Wat betekent in deze context trouw te blijven aan het Evangelie en hoe kunnen we daar mee naar buiten treden?
Deze thematiek vindt ook haar weg in de lopende PhD-onderzoeken. Er werden er drie gepresenteerd. Aandacht was er voor een theologisch perspectief vanuit het wereldchristendom; het vervagen van geografische grenzen; en voor machtstructuren die (nog steeds) in het voordeel zijn van de westerse cultuur – hoewel op meer subtiele wijze. Alsmede een kleine inkijk in het reilen en zeilen van migrantenkerken in Rotterdam van het afgelopen decennium. Tenslotte werden ook de steigers van een onderzoek in de publieke theologie onthuld waarin als motief en leidraad werd gesteld voor de publieke theologie meer kennis over God te verkrijgen.

Het was een boeiende ochtend: de ruimte werd gevuld door vaste en nog dwarrelende gedachten. Inspiratie werd gedeeld en bevraagd. En met een hoofd vol indrukken konden we verder onze dag in. Aan het einde van zijn interview gaf Robert Schreiter ook zelf antwoord op de vraag naar de plek van het Evangelie in onze huidige cultuur. Hij deed dit in de vorm van het bovenstaande citaat: ‘It are the deeper currencies in society with which we need to connect.’ Het gaat erom te verbinden, en de diepere lagen die de samenleving structureren zichtbaar te maken.

Jacoline Batenburg (PThU)

 

Report masterclass with prof. Robert Schreiter
11 December 2013
On 11th December 2013 Robert Schreiter, who is the Vatican II Professor of Theology of the Catholic Theological Union, came to hold a Master Class in Utrecht. In an introductory interview Stephan van Erp invited Robert Schreiter to tell us something about his own theological formation and especially also about his contact with Edward Schillebeeckx. We learned that Schreiter’s belonging to the religious order of the Society of the Precious Blood had little influence on his theological development, as his academic interests are rather unusual in comparison to the order’s tradition. Neither did Schillebeeckx particularly direct Schreiter’s attention to his main research interest in contextual theologies. It was only when Schreiter had already begun to develop his own theological project that he started to focus intensively on Schillebeeckx’s work due to the given task of compiling a reader with key texts of this great 20th century theologian’s work. Although neither he nor Schillebeeckx had initially been enthusiastic about this project they both agreed that it would be best if Robert Schreiter did it. For the common intuition was that if Schreiter did not write the reader the task would have been given to someone who would have known Schillebeeckx less than Schreiter. And, Schillebeeckx was not thrilled by that perspective. Schreiter achieved indeed to allow Schillebeeckx to read his own work through different eyes and to discover it afresh in this sample of extracts from his work. He told us that once the completed reader had been presented to Schillebeeckx, the latter asked at several instances whether it had really been himself who had written these words, and Schreiter had to convince him that it was so. After we had thus been introduced to the life and work of Robert Schreiter three PhD students used the opportunity to present their work and to benefit from the insightful comments and questions not only from Robert Schreiter but also from the other participants present at the class. We thereby learned of the complexities of the whole problematic of postcolonial missiology, about migrant churches in the Netherlands and about Edward Schillebeeckx’s Christology in conversation with contemporary public theology. Altogether we cannot be but grateful to have met Robert Schreiter and to have learned about and from him in this Master Class.

Christiane Alpers (RU)

 

Verslag NOSTER PhD seminar
Biblical Studies
November 2013
De eerste drie sessies van het nieuwe NOSTER-seminar Biblical Studies zijn alweer achter de rug. Onder leiding van prof. Bert Jan Lietaert Peerbolte (VU; NT) en prof. Klaas Spronk (PThU; OT) zijn we met een club van negen studenten van start gegaan. Het is prettig om van gedachten te wisselen als mensen die zich allemaal bezighouden met de wat oudere teksten, om het zo te zeggen. Uit de eerste sessies haal ik even iets naar voren wat voor velen van ons een eye-opener was: het gedachtegoed van David Carr. Deze hoogleraar OT aan Union Theological Seminary in New York doet onderzoek naar overleveringsprocessen in de oudheid. Carr concludeert uit observaties in de volle breedte (Mesopotamië, Egypte, Griekenland, Israël) dat de manier waarop wij geneigd zijn te denken over ‘orale’ en ‘schriftelijke’ overlevering – eerst oraal, daarna schriftelijk – geen enkele grond heeft in de feitelijke overleveringsprocessen. In alle oude culturen was het op schrift stellen van tradities ondersteunend voor een doorgaande orale overlevering. Dit zorgde ervoor dat teksten bleven veranderen. Als Carr gelijk heeft, en veel vakgenoten zijn geneigd hem dat te geven, heeft dit grote consequenties voor het oudtestamentisch vakgebied. Zo moet in de tekstkritiek het idee van een oorspronkelijke tekst worden losgelaten (hier pleit Emanuel Tov al langer voor). Daarnaast moet de hele bronnentheorie voor het Deuteronomistisch geschiedwerk grondig worden herzien of misschien zelfs overboord. Ten slotte wordt ook het dateren van teksten op taal-historische gronden problematisch. Kortom: Carr zet de hele boel aardig op z’n kop. En het seminar ziet uit naar nog meer inspirerende sessies.

Bart Kamphuis (VU)

 

Verslag PhD seminar
Dogmatics, Ethics and Philosophy of Religion
November 2013
Sinds drie kwart jaar neem ik deel aan het PhD seminar ‘Dogmatics, Ethics and Philosophy of Religion’. Voorheen volgde ik het ‘Empirical Research in Religion’. Missiologie, het gebied van mijn onderzoek, heeft zich nu eenmaal altijd bewogen over grenzen heen en in deze fase valt er in dat kader het meest leren op het vlak van de systematische theologie. De bespreking van standaardwerken als die van Charles Taylor’s Secular Age biedt altijd wel materiaal dat te verwerken in is het onderzoek. Nieuwe deelnemers krijgen snel gelegenheid om een hoofdstuk of artikel ter bespreking te presenteren: persoonlijk en inhoudelijk zit je meteen midden in de groep. Behalve feedback op je eigen schrijfsel, is ook de analyse van andermans teksten vruchtbaar: wat is precies de vraagstelling, hoe loopt het betoog, waar zitten nog zwakke plekken of blinde vlekken? Behulpzaam voor iedereen. Ook de vraag die begeleider Stefan van Erp inbracht: ‘wat moet ik doen om mijn promovendus te begeleiden?’ is leerzaam: hij laat je kijken naar je rol als AiO vanuit de ogen van je begeleider. En tot slot de les die Marcel Sarot van zijn leermeester doorgaf: ‘Werk niet te hard’. Een goed seminar in een prima sfeer, bijvoorbeeld bij een zomerse lunch op het grasveld achter het pand aan de Trans in Utrecht of een barbecue bij een van de begeleiders.

Rob van Waarde (PThU)

Verslag NOSTER workshop
Electronic Tools in Biblical Hebrew Teaching and Research
2-3 mei 2013
Op 2 en 3 mei vond de bijeenkomst Electronical Tools in Biblical Hebrew Teaching and Research plaats, georganiseerd door de Vrije Universiteit, the European association for digital humanities en NOSTER. Hoewel ik meer in het Nieuwe Testament en de patristiek zit, leek het me een interessante bijeenkomst, vooral ook vanwege het digitale element. Op dit gebied gebeurt er het nodige en de elektronische toepassingen zijn in toenemende mate belangrijk voor de bijbelwetenschappen. Genoeg reden om hier dus eens meer kennis van te nemen.
Donderdagochtend beschrijft professor Eep Talstra de ontwikkeling van de WIVU-werkgroep en database (WIVU = Werkgroep Informatica VU). Zijn verhaal is een pleidooi voor een meer consistente en consequente taalkundige bestudering van de Hebreeuwse taal. Tot op heden wordt de Hebreeuwse taal vaak vanuit een theologische positie of vanuit een thematische aanpak bestudeerd, waardoor het taaleigen van het bijbels Hebreeuws niet helder uit de verf komt. ’s Middags werd dit in een andere lezing geïllustreerd aan de hand van een concreet voorbeeld door dr. Oliver Ganz. Het werkwoord jara’ (vrezen) komt in het OT 28x voor met het voorzetsel min. In de regel wordt het 22x vertaald het met angst aanjagen (als het mensen betreft) en 6x met ontzag hebben voor (als het God betreft). Hij betoogde dat deze vertaalkeuze dus meer op theologische dan op taalkundige gronden lijkt te berusten. Ook in andere lezingen kwam de vooronderstelling naar voren dat de taalkundige consistentie meer serieus genomen moet worden, bijvoorbeeld in het geval van de werkwoordsvormen in Hebreeuwse poëzie. Gino Kalkman liet zien dat moderne vertalingen hier vaak heel tegenstrijdige vertaalkeuzes maken, ook die vertalingen die claimen heel precies en consequent te vertalen.
Er valt nog veel meer te vertellen over deze dagen, maar ik kan hier slechts een korte impressie geven. Mijn conclusie is dat het gebruik van elektronische tools bijdraagt aan een consequentere taalkundige benadering van de Hebreeuwse taal als geheel. Tegelijkertijd is er nog heel veel werk aan de winkel, bijvoorbeeld in het verwerken van varianten uit bijvoorbeeld de dodezeerollen. Tot nog toe werkt de WIVU hoofzakelijk met één overgeleverde tekst. Wellicht is het gesprek tussen oud- en nieuwtestamentici vruchtbaar hoe om te gaan met varianten in het gebruik maken van elektronische gereedschappen. Deze vraag viel buiten het bestek van deze dagen, maar lijkt me een van de grootste uitdagingen voor de toekomst van de bestudering van de Bijbel met behulp van digitale hulpmiddelen.

Wijnand Boezelman (PThU)

 

Verslag NOSTER PhD seminar
Empirical Research in Religion
Maart 2013
In het NOSTER PhD seminar ‘Empirical Research in Religion’ is er veel variatie aan thema’s en invalshoeken. Eens in de maand wisselen verschillende promovendi, vanuit verschillende achtergronden en met verschillende onderzoeksthema’s, kennis uit. Hierbij is het altijd van belang dat tenminste één van de promovendi haar/zijn onderzoek inbrengt en dit gepaard laat gaan met een of meerdere vragen aan de andere deelnemers. Aan de hand hiervan wordt, onder begeleiding van prof. Marcel Barnard van de PThU, stil gestaan bij bijvoorbeeld de techniek van het vragen stellen of de opbouw van een artikel.

Naast de inbreng van één van de promovendi is er in dit seminar ook vaak een onderwerp dat niet zozeer gerelateerd is aan één van de promotieonderzoeken, maar dat wel vaak voor alle empirische onderzoeken relevant kan zijn. Eén van de promovendi of een wetenschapper met een specifieke expertise op het gebied van wetenschap en onderzoek verzorgt dan een presentatie. Zo is al het lezen van statistische gegevens en het afnemen van interviews aan de orde geweest.

Erik Renkema (PThU)


Verslag NOSTER PhD seminar
Multidisciplinary Seminars in Religion, Theology and Gender
Maart 2013
Vanaf het begin van mijn aanstelling als PhD-student participeer ik in het seminar.Hoewel mijn onderzoek – naar het begrip ‘plaatsbekleding’ in het literaire werk van Shūsaku Endō – niets met ‘gender’ te maken heeft, is dit seminar waardevol gebleken. De opzet is dat er tijdens een sessie algemene onderwerpen behandeld worden, zoals het schrijven van een proposal, het managen van je notenapparaat en het presenteren van je onderzoek voor een publiek. Na de pauze – waarin je de meest recente literatuur op het gebied van religie en gender kunt inzien – krijg je van de deelnemers commentaar op ca. 10 pagina’s van je onderzoek, die je een week van te voren toegestuurd hebt. Daar kun je je voordeel mee doen.Daarnaast is het fijn om stoom af te blazen en ervaringen uit te wisselen – “heb jij dat nou ook?” Deelnemers die net gestart zijn kunnen profiteren van de ervaringen van gevorderde onderzoekers. Een goede gewoonte is dat het seminar, onder de bezielende leiding van prof. Anne-Marie Korte, altijd eindigt met een rondje positief nieuws. Af en toe is het goed om stil te staan bij wat er allemaal (wel) goed gaat in je onderzoek.

Sigrid Coenradie (UU)


Verslag Master class, georganiseerd vanuit het PhD seminar
Dogmatics, Ethics and Philosophy of Religion
11 en 12 december 2012

Op 11 en 12 december organiseerden Stephan van Erp en Marcel Sarot in het kader van het PhD seminar ‘Dogmatics, Ethics and Philosophy of Religion’ een masterclass met David Brown, systematisch theoloog in St. Andrews. Wij presenteerden daar ons work in progress en Prof. Brown diende ons van trefzekere feedback, geformuleerd met Britse beleefdheid. Dit was een masterclass zijn naam waardig; we zaten werkelijk aan de voeten van een meester, die over alles wel iets zinnigs te zeggen had: van de interpretatie van Plotinus’ antropologie tot de hedendaagse discussie over homo-emancipatie. Ook wat betreft methodische feedback merkte je dat Prof. Brown een ervaren studiebegeleider is. Dit alles ontlokte een bebaarde senior de verzuchting dat hij van deze eruditie alleen maar kon dromen. Verder hebben we geluisterd naar een paper van Prof. Brown zelf over kenosis-christologie en met een deel van de groep gedineerd in het centrum van Utrecht. Al met al was het een geslaagde tweedaagse.

Bart van Egmond (TUK)


Verslag Grand Course in Theology and Religious Studies
3 en 4 oktober 2012
De Grand Course ging van start met een middag waarin we werden ondergedompeld in de hedendaagse discussies over hoe theologie en godsdienstwetenschap zich tot elkaar en tot de wetenschap als geheel verhouden en over het belang van een academische bestudering van religie voor de hedendaagse samenleving. De volgende dag was het tijd voor een duik in de wereld van het hiernamaals. Vanuit verschillende perspectieven, kunst, literatuur, film en rituelen, werd dit thema belicht, waarbij steeds de vraag centraal stond welke visies op het hiernamaals aan de orde waren: welk associaties worden opgeroepen door een schilderij met de titel ‘lijkwade’? Wat voor dingen laten mensen achter op graven en welke boodschappen spreken hieruit? En dan is er altijd nog dat Bijbelboek, Openbaringen of Apocalyps, maar ook een film als Angels in America, waarin een uitgebreide visie op het hiernamaals en daarmee op de samenleving uiteen wordt gezet. En zo blijkt de bestudering van omgang met de dood misschien wel vooral te gaan over hoe we omgaan met het leven.

Jacobine Gelderloos (PThU)


Verslag NOSTER Multidisciplinary seminars in Religion, Theology and Gender
28 juni 2012
Anders dan in andere jaren is er in dit seminar alleen werk van de promovendi zelf besproken. Het tekstseminar heeft een eigen opzet gekregen. Enerzijds is dit jammer omdat je wat bredere informatie mist op gebied van feministische theologie. Anderzijds is er meer tijd voor feedback aan elkaar.
De groep, die voornamelijk uit buitenpromovendi bestaat, is acht à negen keer bijeen geweest. Enkele leden werkten zo hard dat zij meerdere keren een tekst konden voorleggen. Daarnaast werden thema’s of punten besproken waar in het onderzoek tegen aan werd gelopen of nadere uitleg welkom was.
De seminars stonden onder de bezielende leiding van Anne-Marie Korte. De gevarieerde achtergrond van de leden en interdisciplinariteit van de onderzoeken maken het tot een boeiend geheel.
In het evaluatiegesprek is iedereen het er over eens dat deze bijeenkomsten zeer waardevol zijn en voor de buitenpromovendi een goede stimulans op het soms eenzame pad naar promotie.
Op vrijdag 15 juni was de laatste bijeenkomst voor dit studiejaar. Na de zomer is op vrijdag 7 september de start van een nieuwe reeks bijeenkomsten.

Wil Fransen (UU)


Verslag NOSTER PhD Text Reading Seminar

The Challenge of Difference: Sexualities and (Post) Secularities
31 mei 2012
Het NOSTER PhD Text Reading Seminar ‘The Challenge of Difference: Sexualities and (Post) Secularities’ loopt in juli 2012 op zijn einde.

In een negental bijeenkomsten namen we onder begeleiding van prof. Anne-Marie Korte een aantal fundamentele teksten door met betrekking tot secularisme, secularisering en de plaats van seksualiteiten. We belichtten deze thematiek vanuit filosofische, antropologische en theologische hoek. Graham Ward, Charles Taylor, Talal Asad, Saba Mahmood, Michel Foucault, Jasbir Puar en Benedict Anderson zijn slechts een paar namen van de auteurs die we lazen. De keuze van deze auteurs en de interdisciplinaire benadering van de thematiek maakten dit seminar voor mij een bijzondere ervaring. Het bindend element in het gelezen werk van deze auteurs zijn de veranderende opvattingen van seksualiteit als een centraal proces binnen secularisering. De belichte theorieën rond macht en instrumentalisering van seksualiteit in het kader van imperialisme en kolonialisme waren misschien wel mijn persoonlijke favoriete momenten. Hoewel dit een te beperkte weergave is… Wat dit seminarie echt speciaal en boeiend maakte, is de genoemde interdisciplinariteit en de gevarieerde achtergrond van de collega-deelnemers. Door hen werd mijn blikveld opengetrokken, door de vele verschillende gegeven interpretaties en betekenissen. Dit alles kon bovendien in een zeer aangename sfeer en met fijne, open en levendige discussies.

An van Raemdonck (UGent)


Verslag NOSTER PhD seminar

Historical Research in Theology and Religious Studies
29 maart 2012
Wetenschappelijke bezieling in hartje Utrecht
Van een wetenschap waar de disciplinevorming heel ver was doorgevoerd naar een wetenschap die meer multidisciplinair denkt en bovendien meer aansluiting zoekt en vindt bij ontwikkelingen in de samenleving. Dit liet prof. Wiljan van den Akker, decaan van de Faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Utrecht, optekenen in Illuster, het alumnimagazine van maart 2012. Een mooiere samenvatting van wat NOSTER doet, in het bijzonder door middel van de maandelijkse seminars voor promovendi, zou ik niet kunnen bedenken.

Eén van die seminars is het historisch seminar onder leiding van prof. Peter Nissen, hoogleraar Religiewetenschap aan de Radboud Universiteit. Een groep van gemiddeld twaalf promovendi van verschillende disciplines verzamelt zich elke maand in het hart van de oude binnenstad van Utrecht. Hier voert het bonte en multidisciplinaire gezelschap stevige discussies over de fundamenten van het geesteswetenschappelijk onderzoek en houdt elkaars onderzoek kritisch onder de loep.

De thema’s variëren van pure bijbelwetenschappelijke, zoals de eerste brief aan Timotheus, tot theologische onderwerpen als de betekenis van de heilige kus in het vroege Christendom. Ook aspecten van het werk van een kerkvader als Augustinus tot puur (kunst)historische onderwerpen zoals een zeventiende-eeuws prentenboek van Romeijn de Hooghe of religie-politiek in het zeventiende-eeuwse Gelderland komen onder de aandacht. Sinds kort heeft zich een islamoloog bij het gezelschap gevoegd, en zelf ben ik een neerlandica die promoveert op een laatmiddeleeuwse satire.

Juist al die verschillende disciplines bij elkaar werken zeer inspirerend voor het eigen onderzoek. Het platform dat NOSTER biedt draagt hiermee zeker bij aan de toekomst van de geesteswetenschappen zoals Wiljan van den Akker die voor zich ziet.

Caroly van Oostende (UU)


Verslag bijeenkomst NOSTER PhD Seminar

Dogmatics, Ethics and Philosophy of Religion
16 februari 2012
Op 17 januari 2012 hebben we de eerste bijeenkomst van het seminar ‘Dogmatics, Ethics and Philosophy of Religion’, onder leiding van professors Stephan van Erp en Marcel Sarot gehad. Het aantal aanwezigen was ongeveer even groot als het aantal afwezigen, maar dat maakte de bijeenkomst zeker niet minder goed en leerzaam. Door de relatief kleine groep aanwezigen was er veel tijd om de diepte in te gaan en elkaars werk uitgebreid te bespreken. We startten met een voorstelrondje over de vraag wat ons onderzoek inhoudt en wat het onderzoek nu systematisch maakt. Daar hebben we samen zo’n drie uur over gesproken en gereflecteerd, met een koffiepauze tussendoor.

Een leuke vraag die aan de orde kwam is hoe we op constructieve wijze kunnen spreken over God binnen de theologie en hoe dit binnen het academische discours gestalte kan krijgen. Verder hadden we als deelnemers de vraag over hoe bestaande literatuur op een verantwoorde manier gebruikt kan worden, zodat je de literatuur enerzijds recht doet, maar anderzijds ook in kunt passen in je eigen betoog. Hier zullen we de volgende bijeenkomst verder over spreken door zelf naar goede of slechte voorbeelden van citeren te zoeken en we krijgen literatuur aangereikt.

Kortom, ik heb de indruk dat het een inspirerend en leuk seminar gaat worden, waarbij je wordt uitgedaagd om zelf actief mee te denken en er ruimte is om je eigen vragen aan de orde te laten komen.

Wijnand Boezelman (PThU)

 

Verslag NOSTER cursus
Theology and Philosophy in Contemporary Contexts: Post-modern, Post-secular and Post-colonial Approaches/Master Class met prof. Graham Ward
16 februari 2012
Welke uitdagingen en kansen bieden postkoloniale, postmoderne en postseculiere theorieën voor religiewetenschap en theologie? Met deze vraag hield zich een groep onderzoekers tijdens een tweedaagse studiebijeenkomst begin november in Utrecht bezig. Om de deskundigheid op dit gebied te bevorderen haalde NOSTER niemand minder dan prof. Graham Ward in huis, nu nog hoogleraar voor contextuele theologie en ethiek in Manchester, maar vanaf oktober Regius Professor of Divinity in Oxford. Prof. Ward heeft talrijke publicaties op zijn naam staan waarin hij naar een theologie zoekt die de crisis van de moderne tijd verwerkt en tegelijk perspectieven aanreikt voor een hernieuwde namoderne toe-eigening van de Christelijke traditie.

Op de bijeenkomst werd snel duidelijk hoe divers de betekenissen van bovengenoemde termen beschreven kunnen worden en hoe complex de daarachterliggende fenomenen zijn.

Desondanks kwamen telkens overeenstemmende structuren tevoorschijn, zoals het onbehagen aan de uitsluitingsmechanismen van bepaalde moderne discoursen, de kritiek op een te eenzijdig rationaliteitsconcept of op het reductionisme van een materialistische dominantiecultuur. Prof. Ward zelf maakte bijvoorbeeld erop attent dat tegenwoordige ontwikkelingen tot een ‘ontzieling’ van lichamen leidt omdat het materialistisch-reductionistische denken ze los maakt van een zware betekenisstructuur. Verder speelden steeds weer vragen rondom identiteit en differentie een belangrijke rol.

Acht presentaties en talrijke gesprekken op deze twee dagen hebben laten zien dat de theologie van de laatmoderne theorieën veel kan opsteken. Haar eigen taak ligt echter niet alleen in een herhaling van de kritiek, maar vooral ook in de zoektocht naar een constructieve bijdrage, waarin de bron van hoop een stem krijgt. Sommige van de voorgestelde denkers hebben veelbelovende gedachten die in deze richting wijzen.

Frederik Ziel (PThU)