Nederlandse Onderzoekschool voor Theologie en Religiewetenschap
Netherlands School for Advanced Studies in Theology and Religion

Get New Password

Go back to login
Home / Film en Religie

Film en Religie

Looptijd: 2010-2015
Coördinatoren: Dr. F.L. Bakker (UU) en prof.dr. R.R. Ganzevoort (VU)

Verslag van de studiedag ‘Trauma, Memory and Religion in Film
29 oktober 2015, Utrecht
Verslag studiedag georganiseerd vanuit de RCG Film en Religie, 29 oktober 2015

Verslag van de expertmeeting ‘Playing God: Symposium Religion & Videogames’
17 October 2014, Utrecht
Verslag symposium Religion and Videogames, 17 October 2014

 

Verslag van de bijeenkomst op 31 maart 2014
De bijeenkomst begon met een inleiding van Joël Friso, programmamaker aan de Vrije Universiteit, op Religion and Film: Cinema and the Re-Creation of the World van S. Brent Plate.
Het resultaat van zowel film en religie is, zo zegt Plate, ‘a re-created world’, een wereld waarnaar we verlangen of een wereld die we koste wat kost willen vermijden. Het gaat in zowel religie als in film om het ‘herscheppen’ van het bekende.
Joël ligt dit toe aan de hand van een scène uit de film Rush van Ron Howard, met bijzonder aandacht voor de manier waarop dit gemaakt is. Film is een spel met de zintuigen. Theologen en religiewetenschappers leggen nog te vaak de focus op het verhaal, door de dialoog met de film aan te gaan. De studie naar film is een studie naar het alledaagse leven. Begrijp je iets van hoe film werkt, dan begrijp je iets van hoe religie werkt bij mensen, en viceversa, zo legt Plate in zijn boek uit. Er is geen wezenlijk verschil tussen film en religie als het gaat om het potentieel dat deze bieden op het terrein van zingeving en existentiële levensvragen, stelt Joël. De filmkijker is als een editor van zijn of haar proces van ‘worldbuilding’, een term die zich lastig laat vertalen naar het Nederlands. Luister naar wat kijkers zeggen, ook al zijn ze soms niet in staat duidelijk onder woorden te brengen waarom de film hen raakt.

De conclusie is dat dit leidt tot twee uitdagingen voor deze onderzoeksgroep:

  1. (Descriptief:) Meer receptieonderzoek naar de kijkervaring. Hoe draagt film bij aan een andere kijk op de wereld?
  2. (Normatief:) Gelegenheid creëren en vocabulaire bieden om het (levensbeschouwelijk) gesprek over film te voeren.

Daarop wordt als volgt gereageerd door Heidi de Mare. Ik geef het hele verhaal, want hoewel Heidi opnieuw ingaat op de inhoud van het hele boek van Plate heeft haar samenvatting een eigen kleur die ik de lezer niet wil onthouden.
In dit boek beargumenteert Brent Plate dat om te begrijpen hoe religie werkt, het goed is te begrijpen hoe het geloof in de fictiefilm formeel tot stand wordt gebracht. Brent Plate onderscheidt daartoe twee (niet tot elkaar te herleiden) lagen in de fictiefilm: die van film als mythisch verhaal, en van film als rituele, formele structuur. In navolging van Wendy Doniger, beschouwt hij populaire films als moderne mythen, waarin alledaagse ervaringen eindeloos worden herverteld en die lijken op, maar niet te herleiden zijn, tot archetypische Bijbelse verhalen. Ten tweede ontlenen films hun overtuigingskracht aan de imaginaire wereld die ze creeëren. Mise-en-scène, camerahoek, shot, kleur, muziek, ritmische montage e.d. bepalen de imaginaire wereld die wordt opgeroepen. Ons menselijk lichaam reageert actief op deze esthetische, audiovisuele framing, en dat vóórdat we ons daarvan bewust zijn en ons identificeren met een personage. Voordat de toeschouwer het verhaal begrijpt (en er een opinie over heeft) is deze reeds bewogen door geluid en bewegende beelden. Om te begrijpen waarom toeschouwers geloven wat ze zien, is het, aldus Brent Plate, van primair belang hun subrationele en zintuiglijke ervaringen serieus te nemen in termen van de audiovisuele vormgeving van de film.
Dat biedt niet alleen een fundament om hun filminterpretaties te kunnen plaatsen, het onderstreept ook het belang van de verbeelding in het dagelijks leven én voor religie in het bijzonder.
Na deze twee beschouwingen komt het tot een levendige discussie waarin veel van wat Plate naar voren gebracht heeft, wordt herkend. Zo droeg deze middag bij tot onze bezinning en analyse van zowel film als religie.

Freek Bakker (UU)


Verslag, nieuwsbrief maart 2013

De NOSTER themagroep ‘Film en Religie’ is op dit moment volop bezig met de voorbereiding van het internationale congres over ‘Stilte en religie in de film’ dat van 30 mei – 1 juni 2013 zal worden gehouden in Groningen. Hoewel wij er niet in zijn geslaagd subsidie te krijgen van de KNAW, is het gelukt om het programma te handhaven. Maar het betekent wel dat het congres nu zal worden gehouden in de gebouwen van de Rijksuniversiteit van Groningen en de Protestantste Theologische Universiteit in deze stad. Wie geïnteresseerd is in het programma, verwijzen we naar onze website, movingvisions.eu.

In januari werd een bijeenkomst gehouden in Utrecht. Daar presenteerde Jonneke Bekkenkamp haar verhaal over stilte in de Japanse film Hana-Bi (Takeshi Kitano, 1998) en Bright Star (Jane Campion, 2009). Op verschillende manieren wordt in uiteenlopende culturen duidelijk gemaakt dat je met bloemen iets uit kunt drukken. Maar wat is niet altijd helder te omschrijven. Bloemen kunnen ook als metafoor worden gebruikt voor het verbergen van iets: ‘verbloemen’. Er zijn drie vormen van spreken met bloemen: een symbolische, een magische en een mystieke vorm. In deze context ligt de focus op de mystieke vorm. Mystiek heeft hetzelfde als bloemen: het drukt iets uit, maar het kan ook iets mystificeren. Jonneke geeft vele voorbeelden uit het dagelijks leven, maar ook uit de literatuur. Daarbij verwijst ze o.a. naar Bert Schierbeeks De tuinen van zen. Tenslotte legt ze uit hoe het werkt in Hana-Bi en Bright Star. Duidelijk is dat er een nauwe relatie is tussen bloemen en vrouwen.

Daarna kwam Kees Went. Hij is componist en sound designer. Hij is verrast over de benadering gehanteerd in de discussie rond de inleiding van Jonneke. De groep spreekt vooral over figuurlijke stilte. Kees wil het hebben over de echte stilte. Hij wijst er op dat het in de film niet alleen gaat om muziek, maar ook om geluid. Alle geluid in de film is constructie, zelfs het ‘gewone’ geluid, want dat is geluid dat de regisseur ons op die plek wil laten horen. Daar zijn ook codes bij. Bij een aanrijding horen we vaak glasgerinkel. Bij een echte aanrijding is dat niet zo, want de ruiten van auto’s zijn bewust zo gemaakt dat ze niet of heel moeilijk breken. Er is een geluidscultuur en daar moet een filmmaker rekening mee houden. Kees gaat ervan uit dat ons gevoel voor ritme en taal is aangeboren en universeel is, maar dat de representatie cultuurgeboden is. Westerlingen horen in Debussy’s Mer de zee, Indiërs niet.

Echte stilte bestaat niet. Als het echt stil is, horen we altijd onze bloedsomloop en de zachte pieptoon voortgebracht door de elektriciteit van ons zenuwstelsel. Stilte is dus jezelf horen. Dat maakt ongemakkelijk en leidt tot contemplatie, want daar voelen we ons makkelijker bij. In de film wordt stilte vooral gebruikt als contrast.

Muziek zorgt voor emotie. Geluid hoort onbewust te zijn, maar tegelijk worden de kijkers via het geluid met ‘emotionele touwtjes’ gestuurd.

Deze bijdragen, die in feite een soort voorbereiding zijn op het programma van het congres, maken duidelijk hoeveel kanten er aan dit thema zitten.

Op 22 april a.s. is er in Utrecht weer een bijeenkomst van de themagroep, opnieuw in Utrecht. Dan kijken de deelnemers vast naar delen van de vier films die op het congres vertoond zullen worden om zo de discussie op een hoger niveau te brengen.

Freek Bakker (UU)


Verslag van maart 2011 tot mei 2012
Het tweede jaar van het bestaan van deze groep opgericht in november 2010 werd gewijd aan een viertal bijeenkomsten waarop telkens een bepaald onderwerp besproken werd en een film. Daarnaast ging de website ‘Moving Visions’ (http://www.movingvisions.eu/) de lucht in, zodat iedereen die geïnteresseerd is kan ontdekken wie de leden zijn van deze groep, wat deze mensen aan activiteiten ontplooien en publiceren en wat de themagroep zelf onderneemt.

Een ander belangrijk initiatief was het besluit om van 30 mei tot en met 1 juni 2013 in Groningen een internationaal congres te organiseren van wetenschappers die zich bezig houden met religie en film. De conferentie is tegelijk ook de jaarvergadering van de Duitstalige onderzoeksgroep ‘Film und Theologie’. De voertaal is echter Engels, omdat ook wetenschappers uit andere landen uitgenodigd worden. Het thema van het congres is ‘Silence and Religion in Film’. Kort geleden is een call for papers uitgegaan. Op de website is hij te raadplegen.

Daarnaast zijn er plannen voor een ontmoeting van theologen en religiewetenschappers met Nederlandse documentairemakers. Documentairemakers maken gebruik van de deskundigheid van deze academici, maar aan de andere kant is het goed als de wetenschappers beseffen wat er bij het maken van documentaires komt kijken.

In de loop van het jaar wordt tevens contact gelegd met de Katholieke Film Actie (kfa). Voor de themagroep is van belang dat de kfa expertise, een netwerk en fondsen heeft, terwijl de academische inbreng van de themagroep de kfa helpen om een betere visie op haar beleid te ontwikkelen. Verder zouden de websites van de kfa en Moving Visions aan elkaar gelinkt kunnen worden.

Ruard Ganzevoort laat zien welke vragenlijsten hij gebruikt in zijn filmgesprekken met studenten. Hij hanteert daarbij een stappenlijst waarin hij probeert de studenten zich bewust te maken van patronen, processen, motieven en andere dingen in de films die zij zien. Hierop worden onder andere de volgende commentaren gegeven:
– Ook niet-mensen kunnen een personage zijn. Een voorbeeld is de camera die daardoor ook een rol kan krijgen.
– Trailers, recensies en opschudding hebben eveneens een grote invloed op de receptie van een film.
– Een film behoort dikwijls tot een bepaald genre. Ook dat genre reikt dingen aan waarin in de film op wordt voortgebouwd.

Birgit Meyer geeft een inleiding op basis van een boek dat zij aan het schrijven is onder de titel Your World is about to Change! Video-movies, Spirits and the Popular Imagination in Ghana. In haar onderzoek gaat zij ervan uit dat de film externe verbeelding is van interne beelden. Daarbij doet zij onder andere onderzoek naar de rol van audiovisuele media die onderdeel zijn van kerkdiensten. Dat komt in Ghana veel voor. Inspiratiebron is Vivian Sobchacks visie waarin zijn film ziet als ‘the expression of experience by experience’. Het gaat hier om een circulair proces, waarin het beeld iets met de mensen doet. Het appelleert aan hun zintuigen. Zij gaan deelnemen aan de film. Daarbij geeft de film uitdrukking aan de populaire verbeelding (popular imagination). Dat moet alleen al om commerciële redenen, omdat er anders onvoldoende belangstelling is voor de film. Sowieso zijn films zelf eveneens onderdeel van en vormen zij op hun beurt ook weer de cultural imagination. In de films wordt de gevoeligheid voor het hogere voorbereid en aangeboden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen het fysieke en het spirituele . Dat spirituele wordt alleen waarneembaar via special rituelen. Films moeten altijd goed eindigen. In Afrika zijn de belangrijkste gevaren de spirituele gevaren. Mensen bidden wel dat zij zich openen voor het goede en sluiten voor het slechte, maar het goede kan alleen getoond worden in combinatie met het slechte. Aldus Birgit Meyer.

De films die gedurende het afgelopen jaar besproken werden, zijn Black Swan (Darren Aronofski, 2010), Wit (Mike Nicols, 2001), Rabat (Victor Ponten en Jim Taihutu, 2011) en Another Year (Mike Leigh, 2010).

Ondertussen bereikt de groep ook een ander doel, omdat steeds meer wetenschappers die zich bezig houden met religie en film, elkaar en vooral ook elkaars methoden beter leren kennen.

Freek Bakker (UU)